Toelichting

Het belang van Breskens was gelegen in de functie van bruggenhoofd voor het Verteidigungsbereich Vlissingen aan de overzijde van de Westerschelde. Vanaf Breskens zou een vijand de oversteek naar Walcheren kunnen maken. Bovendien kon hier een luchtdoelbatterij geplaatst worden, die het zuidelijke luchtruim boven Vlissingen kon beheersen. Het Duitse opperbevel achtte het daarom van belang dit dorp met zijn haven onder eigen controle te houden. Het zwaartepunt in de verdediging lag op en rond het voormalige fort Frederik-Hendrik ten westen van het dorp. Hier werden een kustbatterij en een luchtdoelbatterij geplaatst. De dijken en havens aan de Westerschelde werden verdedigd tegen vijandelijke landingen. De toegangswegen tot Breskens werden afgegrendeld met machinegeweerbunkers achter een tankgracht en prikkeldraadversperringen.

Toen de geallieerden in de vroege herfst van 1944 vanuit het zuiden oprukten, werd westelijk Zeeuws-Vlaanderen hardnekkig verdedigd. De Duitse troepen trokken zich langzaam terug op Breskens en staken uiteindelijk over naar Vlissingen. Daarna werd Breskens de uitvalsbasis voor de geallieerde invasie van Walcheren in oktober 1944. Het dorp en de verdedigingswerken eromheen werden in deze periode vrijwel geheel verwoest door oorlogsgeweld. De meeste Duitse bunkers overleefden evenwel de oorlog, om daarna alsnog gesloopt te worden. Het merendeel werd het slachtoffer van dijkverzwaringen na de watersnoodramp van 1953, terwijl de rest grotendeels verloren ging bij woningbouw. Tegenwoordig resteren met name de bunkers in de omgeving van de Nolletjesdijk; ooit vormden zij een deel van het landfront. Verder zijn enkele bunkers geïsoleerd bewaard gebleven.